Sunset

RPG
 
IndexRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 [RS] Magic Powder.

Ga naar beneden 
AuteurBericht
x MeisJ

avatar

Aantal berichten : 207
Registratiedatum : 15-10-11
Leeftijd : 22
Woonplaats : iloveu. x sas

BerichtOnderwerp: [RS] Magic Powder.   wo mei 08, 2013 12:12 am




magic powder.
Terug naar boven Ga naar beneden
x MeisJ

avatar

Aantal berichten : 207
Registratiedatum : 15-10-11
Leeftijd : 22
Woonplaats : iloveu. x sas

BerichtOnderwerp: Re: [RS] Magic Powder.   wo mei 08, 2013 11:15 am



Kylie.

2 jaar geleden...
Ze had het poeder zo in haar hand. Ze liet het tussen haar duim en wijsvinger glijden. De magie van de korrels tintelden tegen haar vingertoppen aan als kleine elektrische schokjes. Dit was wat ze gemist had. Wat ze van haar afgepakt hadden. En ze zouden het nogmaals afpakken, dat wist Kylie. De mensheid werd zenuwachtig van ze. En ja, wat doen mensen als er iets op aarde is waar ze geen controle over hebben? Dan vallen ze aan. Veel vriendinnen van Kylie waren spoorloos verdwenen. 'Op kamp' werd er als reden opgegeven, ja, dat was lekker geloofwaardig. Het zou niet lang duren of ook Kylie zou worden meegenomen. Het werd haar al verteld, maar ja. Wat kon ze ertegen doen? Er waren er een paar die zich ertegen gingen verzetten. Maar wat was het nut? Uiteindelijk was dat je doodsvonnis.

1 jaar geleden...
Kylie was inmiddels ook meegenomen. Ze was zonder verzet meegegaan. Ze werd gebracht naar een land zo klein als Luxemburg. Het land was omheind met verschrikkelijk hoge muren met prikkeldraad er nog boven. In dat land zelf krioelde het er van mensen zoals zij. Er waren geen gewone mensen, behalve bewakers dan. In dat land waren alleen maar grotten en hutjes. Geen steden, geen dorpen, niks. Het leek er ook altijd donkerder dan in de ‘echte’ wereld. Ze zaten daar gevangen zonder hun poeder. Met de dag werden ze zwakker en zwakker. Zonder hun poeder konden ze ook niet weg. Maar zij waren nou eenmaal in de minderheid, ze konden niet op tegen de mensen. Daarom leefden ze nu hier, in een eigen duistere plek. Op zoek om het poeder in handen te krijgen. Soms wisten mensen het naar binnen te smokkelen. Maar dat was altijd zó’n gedoe. Kylie was liever zwak en zonder problemen dan moedig en gedreigd neergeschoten te worden.
Ze zat daar alleen in een grot die ze sinds vandaag gevonden had. Ze was nog niet verder naar binnen gelopen, er waren vele paden en het was pikkedonker. De geluiden die uit de grot kwamen beangstigde haar. Maar toch bleef ze liever hier, de hutten waar ze in konden slapen waren extra bewaakt. Ze zong in zichzelf een liedje dat ze zich nog kon herinneren uit haar jeugd. Haar stemgeluid galmde door de klamme grot. De harde muren waren gek genoeg warm. Plotseling hoorde ze een verontrustend geluid vanuit de grot komen. Abrupt stopte ze met haar gezang. Wat kon het zijn? Het klonk niet als een dier. Eerder als een soort...gekreun. Kylie twijfelde of ze het geluid moest negeren, totdat ze het weer hoorde. Ze wou bijna roepen wie daar was, maar dat was bij nader inzien geen goed plan. Misschien was het een bewaker, waarvan de meesten weleens de neiging hadden om één van de gevangenen te mishandelen of misschien nog wel erger...te verkrachten. Kylie was niet van plan uit deze grot weg te gaan vanwege één of ander stom geluidje en besloot daarom de grot verder in te gaan. Ze realiseerde zich dat ze nog een zaklantaarn in haar zak had gestopt. Die had een bewaker eens op het terrein laten vallen. Ze klikte de lantaarn aan en liep de grot verder in. Hoe verder ze liep, hoe lager het plafond werd. Het druipende geluid van vallende waterdruppels werden gemengd met het gekreun. Er waren meerdere gangen, maar Kylie wist steeds de juiste te nemen omdat ze nou eenmaal het kreunende geluid volgde. Op een gegeven moment zag ze dat de gang doodliep. Ze scheen door de holle ruimte en... Daar zat een jongen. Zijn ogen waren gesloten. Zijn mond zat dichtgeplakt met tape. Zijn handen waren aan elkaar vastgebonden en hij zat daar tegen de muur aan. Hij kwam óf net bij óf hij stond op het punt om het loodje te leggen. Zijn shirt en handen zaten onder het glinsterende poeder. Kylie wist zeker dat hij niet zoals zij was. Waarom zou hij anders onder het poeder zitten zonder zich te hebben verdedigd tegen de mensen die hem zo hadden toegetakeld en achtergelaten? Daarbij, waarom zouden mensen zoals Kylie (ik moet echt een naam voor die mensen verzinnen) een soortgenoot aanvallen? Ze bekeek hem een tijdje, totdat hij ineens zijn ogen opende en recht in haar ogen keek. Meteen begon hij in paniek te raken. Hij begon te schreeuwen voor zover hij dat kon en van de schrik liet Kylie haar zaklamp op de grond vallen. ‘Ssssst!’ siste ze, maar uiteraard luisterde hij niet. Hij was bang afgemaakt te worden. Ze pakte de zaklantaarn van de grond en wist zich geen raad met hem. Daarom dat ze hem ermee op zijn hoofd sloeg. Onmiddellijk was hij weer bewusteloos XDDDD. Het was weer stil in de grot en de jongen was weer op de grond gevallen. Nu kon Kylie hem bekijken zonder een hartverzakking van hem te krijgen. Deze persoon moest wel puur en puur slecht zijn. Door zijn schuld was hun poeder afgenomen. Door hem zat ze nu hier. Door hem waren er al zoveel van haar soortgenoten om het leven gekomen... Ze haalde een stuk hout onder haar shirtje vandaan die ze tussen haar broek had gestopt en richtte de geslepen punt op zijn borst. Deze staak had ze vandaag nog geslepen. Net toen ze met het stuk hout zijn lijf wou doorboren, versteende er iets in haar toen ze nogmaals naar zijn gezicht keek. Ze wist niet waarom, maar iets in haar zei dat ze hem niks moest aan doen. Of dit nou ook een soort magie was of dat het gewoon een soort ethiek van haarzelf was wist ze niet. Maar wat ze wel wist, was dat ze die staak met nog geen millimeter in zijn lichaam durfde te drukken. Al zuchtend, gefrustreerd dat ze dit wezen niet durfde af te maken, stopte ze de staak terug tussen haar broek en drapeerde haar shirtje er weer voor. Ze maakte het touw dat zijn handen bondden los en haalde ook het tape van zijn lippen. Voorzichtig sproeide ze wat waterdruppels dat ze in een bekertje wist te vangen in zijn gezicht, wat niet al te veel was. Ze liet hem zitten tegen de muur waar hij net ook tegen zat en zij zelf ging precies aan de andere kant van de grot zitten tegen de muur. Ze trok haar knieën op en wachtte. Wachtte totdat hij eindelijk een schijn van leven zou vertonen. En ja hoor, na een kwartier werd hij dan eindelijk wakker. Hij knipperde met zijn ogen en wreef over de plek waar Kylie hem had geslagen met haar zaklamp. Hij keek er een beetje moeilijk bij. Toen zag hij Kylie zitten en werd meteen weer paniekerig. Hij probeerde op te staan, maar viel al snel weer. Hij was duizelig als de pest. ‘Zelfs als je niet duizelig was geweest,’ zei Kylie, niet angstaanjagend maar gewoon zachtjes. ‘Dan had ik mijn zaklantaarn uit kunnen zetten. Hoewel, dat had nog niet eens gehoeven. Je had de weg niet alleen teruggevonden.’ Ze bleef netjes zitten waar ze zat. Hij slikte en bewoog zich niet. “Wat wil je van me...” zei hij schor. ‘Geloof het of niet, maar ik ben niet van plan je pijn te doen.’ Ze ging een beetje anders zitten. ‘Wat hebben ze met je gedaan? Waarom?’ Hij kwam voorzichtig weer overeind en wist zich nu staande te houden. Ze bleef de zaklamp op hem richten, waardoor hij verblind werd. “Gaat je niks aan,” siste hij. Kylie zuchtte. ‘Sorry. Het zijn mijn zaken ook helemaal niet. Ik dacht gewoon... Nou ja, laat maar zitten.’ Ze stond ook op en liep naar hem toe. Hij kon haar nog net in de ogen kijken, verder zag hij niks van haar, omdat het zo donker was. Het licht scheen alleen op hem. ‘Ik snap dat je me niet vertrouwt, maar op dit moment heb je niet veel keus. Dit is geen plek waar je lang kan blijven. Ik zal je de uitgang wijzen en vanaf daar moet je zelf rennen naar de dichtstbijzijnde uitgang van dit stuk land. Ga als je de grot uit bent direct naar rechts en blijf door het bos een rechte lijn rennen, na twee minuten zul je al bij de uitgang zijn. Ik woon aan de rand van het gebied.’ De jongen zei nog steeds niks. ‘Kom mee,’ zei ze en begon te lopen. Dezelfde weg die ze hierheen had gelopen liep ze nu terug. Voor haar was het niet al te moeilijk om te onthouden waar ze gelopen had. Hij liep met een meter afstand achter haar aan. “Bewijs dat je te vertrouwen bent.” Kylie rolde met haar ogen, al kon hij dat niet zien. Hij kon alleen de contouren van haar lichaam zien. ‘Hoe wil ik dat be-... Stop!’ Ze duwde hem hardhandig naar achteren, waardoor hij op de grond viel. Hij begreep niet waarom ze ineens zo deed, totdat hij geluiden hun kant op hoorde komen. Kylie liep een eind naar voren, dus ook het licht verdween. De jongen bleef daar stilletjes liggen, er was niet heel veel meer dat hij kon doen. Dit keer richtte Kylie haar licht op de twee personen die de grot binnen waren gelopen. “Kylie?” Een jongen, Cedrick genaamd, keek Kylie verbaasd aan. De jongen (Finn) kon de gezichten van de personen zien omdat het licht op hen scheen, maar zij konden hem niet zien. “Wat doe jij hier?” Kylie keek de twee jongens beiden om en om aan. ‘Ik... Was hier even aan het rondkijken.’ De andere jongen trok zijn wenkbrauw op. “Waarom?” Cedrick wachtte niet op haar antwoord. “Dat doet er niet toe. Kylie, wij hebben hier iemand gevangen genomen.” ‘Waarom?’ vroeg Kylie meteen. “Maakt niet uit. We komen alleen even checken of hij wel echt dood is.” Ze wilden langs Kylie heen lopen, richting de jongen die daar nog in het donker op de grond lag, maar snel sprong Kylie weer voor hen. ‘Hij is dood!’ riep ze, waardoor haar stem haast oversloeg. ‘Ik heb hem gezien. Ik had hem voor de zekerheid nog met mijn staak door het hart gestoken en daarna in het ravijn gegooid. Geen bewaker die hem ooit nog terug zal vinden.’ De jongens keken haar eerst wat ongeloofwaardig aan, maar haalden toen beiden hun schouders op. “Zolang hij maar nooit meer aan ons spul zit.” En toen liepen ze weg, zonder uit te leggen wat ze daarmee bedoelden. Toen ze zeker wist dat ze niet meer terug zouden komen, draaide ze zich om en richtte het licht op de jongen. ‘En, heb ik het genoeg bewezen?’ vroeg ze haast grinnikend. De jongen stond moeizaam op en klopte het stof van zijn broek. “Hmm,” bromde hij en liep weer met haar mee. Toen ze richting de uitgang liepen, zag Kylie hoe erg het begon te stormen. Ze bleef nog wel uit het daglicht, ze wou niet dat hij haar zag. ‘Veel succes,’ zei ze maar. Ze wist niet of hij de uitgang zou vinden na twee keer bewusteloos te zijn geraakt en dan met deze storm. Ze wou zich alweer omdraaien om naar de stapel dekens te lopen waar ze haar bed van zou gaan maken, toen hij plots zei: “Mag ik hier blijven overnachten?” Ze draaide zich om en keek hem verbaasd aan. ‘Ehm. Ja, is wel goed. Maar je moet morgenvroeg weer weg.’ Hij knikte. Ze gaf hem drie van de zes dekens die ze had, wat op het eerste gezicht wat overdreven leek, maar vanavond zou het aardig koud worden. Ze ging alvast liggen en trok de dekens over zich heen. Hij ging tegenover haar liggen, nog in het laatste beetje daglicht. “Die jongens waren degenen die me zo hadden afgetuigd,” begon hij toen toch te vertellen. Kylie opende haar ogen weer en keek hem nieuwsgierig aan. “Al had ik er wel om gevraagd. Ik ben niet van de bewaking of zo. Ik heb de ziekte.” Kylie’s ogen werden groter. Ze hoefde hem niet te vragen welke ziekte hij bedoelde. Als iemand sprak over “de ziekte” dan werd het al snel duidelijk dat het maar over één ziekte kon gaan: de ziekte die alleen genezen kon worden door het poeder te slikken dat wezens als Kylie gebruikten om van te “toveren”. Dit was in de eerste plaats eigenlijk al de reden geweest waarom mensen als zij dit gebied gedumpt werden. Alleen mensen konden die ziekte krijgen, het was een dodelijke ziekte. En het was ook niet bepaald een pijnloze dood die je zou sterven. Het enige geneesmiddel was dat poeder, en dat was zeldzaam. Het was moeilijk te verkrijgen en al helemaal moeilijk om te maken. Haast niemand kon dat maken en helaas was naam het aantal zieken toe. Sinds de mensheid erachter kwam dat dat poeder het geneesmiddel was voor hun dodelijke ziekte, stopten ze iedereen – en Kylie dus ook – in dit land. Ze konden niet weg, werden slecht behandeld en kregen geen poeder meer. Dit kon hen helpen te ontsnappen. Een andere reden waarom ze hen hier stopten was omdat ze bang waren. Met dat poeder konden ze van alles toveren. Ze konden er mensen mee doden. “Ik ben niet van de rijkste kom af,” legde de jongen uit. “Ik kan niet aan dat poeder komen. En ik wist dat er in jullie gebied nog wezens waren die poeder hadden en het verstopten. Daarom ben ik hierheen gegaan. Ik ben naar binnen geslopen en het gebied in gegaan. Ik had het spul nog gevonden ook. Maar ja, toen kwamen die jongens net terug. Ze sloegen één potje met poeder uit m’n handen, dat nu nog aan m’n handen en shirt kleeft. Vervolgens namen ze me mee naar deze grot en bonden me dus vast. Ze wisten dat ik toch dood zou gaan, omdat ik die ziekte had. Daarom lieten ze me hier. Helaas voor hun had ik wat van het gevallen poeder ingeslikt. Dus ik zal wel voor een paar jaar veilig zijn.” Dat klopte. Per eetlepel kwam er weer een jaar bij dat je van de ziekte af kwam. Maar de ziekte zou daarna weer terugkomen. Daarom dat mensen hele potten nodig hadden om voor het leven van de ziekte af te komen. Kylie beet op haar lip. ‘Dan ben je toch niet voor niks hierheen gegaan.’ De jongen knikte. Het was een tijdje stil. Toen zei hij: “Waarom help je me?” Kylie ging weer wat rechterop zitten en keek hem recht in de ogen aan. Hij kon nu haar ogen en haar krullende haren zien. Voor de rest zag hij niks. ‘Weet ik niet.’ “Haat je mensen?” ‘Hmm. Ze hebben afgepakt wat voor ons bestemd was en daarvoor in de plaats een land gegeven waar het altijd grauw is. Ze hebben al aardig wat soortgenoten van me vermoord. Maar aan de andere kant, wie ben ik om ze te veroordelen? Mijn soortgenoten kunnen er ook wat van. Ze hebben genoeg mensen op aarde doodgemaakt. En jullie hebben het poeder duidelijk harder nodig dan wij.’ Ze rolde met haar ogen. ‘Maar ik zal altijd vóór mijn soortgenoten zijn. Ik hoor bij hen.’ “Maar wie niet voor je is, is tegen je. Die jongens van net wilden me dood hebben en je zei dat je me vermoord had. Je loog tegen je soortgenoten. Ben je dan wel voor ze?” Kylie dacht na over die kritische beredenering. Die jongen was verdomd slim. ‘Als je hier nog te gast wilt blijven voor vanavond, moet je snel je mond dichthouden.’ Ze kreeg een glimlach op haar gezicht, wat hem ook deed lachen. Ze schrok er zelf van en trok haar gezicht al snel weer in de plooi. Dit was de eerste keer sinds tijden dat iemand haar liet lachen. ‘Ik ga slapen. Welterusten.’ Snel ging ze liggen.
De volgende morgen maakte ze de jongen rond 7 uur wakker. Gek genoeg scheen de zon al een beetje. ‘Sta op, je moet weg,’ fluisterde ze. ‘Voordat ze je straks tegenkomen.’ De jongen werd wakker en knikte intemmend. Hij liep als eerste terug naar de uitgang en stopte toen hij in het daglicht stond. Hij draaide zich naar haar om en zag dat ze opnieuw stopte met lopen, zodat ze nog precies in het donker stond en hij haar niet kon zien. “Kom, stap eens in het licht,” zei hij zachtjes. Ze schudde hevig haar hoofd en deed snel een stapje naar achter. ‘Nee, nee, i-ik eh...’ Hij glimlachte. “Kom op, jij hebt mij ook de hele tijd lopen verblinden met die zaklamp.’ Hij greep snel haar handen vast en voordat ze kon tegenstribbelen trok hij haar het daglicht in. Hij keek diep in haar ogen en begon toen te glimlachen. “We gaan zeker geen namen uitwisselen?” Kylie schudde haar hoofd. ‘Daar doe ik niet aan.’ De jongen grinnikte. “Daar doe je niet aan... Oké.” Hij wilde naar de grond kijken, maar merkte toen pas op waar Kylie zo bang voor was. Dit was waarschijnlijk de reden geweest waarom ze liever in het donker bleef staan. Hij had haar handen nog vast en keek daardoor recht op haar armen die vol zaten met krassen. De meeste krassen waren littekens, de ene erger te zien dan de ander. Sommige waren nieuw, sommige waren waarschijnlijk al jaren oud. Ook zag hij nog rode krassen, oftewel krassen van afgelopen weken. De jongen herkende dit soort verwondingen maar al te goed, dit kon niet iemand anders dan zijzelf gedaan hebben. Hij keek Kylie weer in haar ogen aan. Ze keek vol spanning terug. Ze trok snel haar armen achter haar rug en liep weer terug naar achteren, het donker in. “Nee! Nee.” Hij deed weer een stap dichterbij haar. “Kijk...” Hij stroopte de mouw van zijn linkerarm op en ook bij hem waren een paar littekens te zien. Het waren er minder, maar ze waren dieper. Hij keek weer in haar ogen, die hij nauwelijks meer kon zien door het donker. “Kom eens hier...” Voorzichtig pakte hij haar handen weer die op haar rug zaten. Eerst stribbelde ze nog een beetje tegen, maar hij wist haar over te halen haar armen weer in het licht te tonen. Hij bekeek nog even haar verwondingen en boog zich toen over haar arm heen en drukte er een kus op. Op de grootste wond. Toen keek hij haar weer aan. Nog steeds keek ze met grote ogen, maar deze keer niet meer van onzekerheid, maar van verbazing. En misschien een tikkeltje vreugde. “Je bent te mooi om jezelf te verpesten. Anderen doen je al pijn genoeg, laat jezelf dat dan niet ook doen.” En bij die woorden draaide hij zich om en rende hij weg. (dit stuk zie ik zo goed voor me he, dat zij dan in het donker staat, met haar armen alleen in het licht *-*)

Vandaag...
Overal stond het in het nieuws. De mensen waren er nog angstig van. Krantenkoppen waren na een maand dat het gebeurd was nog steeds: “MENSEN UIT HET GEBIED ONTSNAPT”. En ook Kylie maakte hiervan deel uit. Samen met een paar anderen wist ze te ontsnappen. Helaas raakte ze de groep kwijt en nu moest ze in haar eentje over de wereld rondzwerven. Elke dag was hetzelfde liedje. Op zoek naar geld om van te overleven. Ze had zelfs overwogen om terug te gaan naar het gebied, want wat had ze hier nou te zoeken? Ze wou met de groep mee om weer aan poeder te komen, maar die was ze kwijt en zou ze echt niet meer kunnen vinden. Nu was ze alleen en nutteloos. Ze zat net als elke andere zwerver tegen een muurtje van een winkelstraat, te wachten totdat ze genoeg geld in haar bekertje had zitten waar mensen soms geld in wierpen. Het was winter en het werd voor Kylie steeds moeilijker om te overleven. Dag na dag werd ze slapper en slapper. Door het niet gebruiken van haar magie ging Kylie’s conditie – en daarmee haar gezondheid – steeds verder achteruit. Ze was vatbaar voor elk klein virus dat hier rondzwierf. “Hé.” Een jongen bleef stilstaan bij Kylie en wachtte tot ze omhoog zou kijken. “Wat doe jij nou met dit weer zo op straat?” Kylie keek de jongen aan. ‘Zie ik eruit alsof ik een huis heb waar ik in kan schuilen?’ vroeg ze een beetje bot. Ze dacht dat ze hem daarmee wel zou wegjagen, maar integendeel. Hij ging naast haar zitten. “Je ziet eruit alsof je wel wat hulp kunt gebruiken. Dus probeer me niet weg te jagen en loop met me mee.” Kylie ging maar met de jongen mee. Hij bracht haar mee naar zijn huis. “Niet bang zijn,” zei hij nog voordat ze mee naar binnen ging. “Ik ben geen enge loverboy. Ik heb nog een extra kamer voor je. Mijn broer sliep daar eerst, maar hij eh... Ja. Hij had de ziekte.” Kylie slikte en zweeg. Om nou te zeggen hoe erg ze het voor hem vond verkreeg ze niet over haar lippen. “Kom mee, ik laat je je nieuwe kamer zien.” Ze liep maar met hem mee de trap op. De kamer was ietwat met jongensachtige kleuren ingericht, maar ze had niet te klagen. Het was een prima kamer. Dit had ze in het gebied niet. “Vertel me wat je nodig hebt en ik haal het voor je. Misschien kun je dat beter op een lijstje zetten, dan zal ik het morgenvroeg voor je kopen. Maar voor nu, wil je thee?” Ze knikte maar. Hij wilde alweer de kamer uit lopen, maar ze hield hem tegen. ‘Waarom help je me?’ was haar vraag. Er verscheen een lichte glimlach rond zijn lippen, al leek die niet voor haar bestemd. Het leek eerder gewoon alsof hij ergens aan dacht. “Ik help mensen omdat dat me herinnert aan iemand. Iemand die mij ook eens geholpen heeft...” En toen zag Kylie het opeens. Ze zag het aan de manier waarop hij keek. Er was geen twijfel over mogelijk: dit was de jongen die ze een jaar geleden had helpen vluchten. ‘O-oh.’ Ze voelde zich een beetje duizelig worden. ‘Ah. Nou ja, je hoeft me niet te helpen. Bij nader inzien slaap ik toch liever buiten...’ Ze stond op en wilde de kamer uit lopen, maar hij hield haar tegen. “Nee nee nee. Ik wilde toen ook niet door die persoon geholpen worden, maar uiteindelijk had dat me ook verder gebracht. Ik ga je helpen, oké? Je hoeft niet buiten te slapen.” Hij bracht haar weer in bed en deze keer stopte hij haar een beetje in. “Ik ben even de thee brengen. Niet weglopen hè!” En toen liep hij de kamer uit. Kylie kreeg het Spaans benauwd. Dit was de jongen wiens leven ze had gered. Hij had haar arm gekust die vol met sneeën zat. En deze zelfde jongen had haar voor één moment gezien. Hij herkende haar misschien nu nog niet, maar uiteindelijk zou hij haar zich wel weer kunnen herinneren. Hij vertelde haar net nog over “het meisje dat hem gered had”. Oftewel, ze had veel indruk op hem gemaakt. Op den duur zou hij haar wel herkennen aan haar ogen, haar stem of haar armen. En wat als hij erachter kwam? Misschien zou hij haar wel aangeven. Dan zou ze hoe dan ook vermoord worden. En zelfs al zou hij haar niet aangeven, het was te gevaarlijk. Misschien zouden anderen het aan hem merken dat hij wat te verbergen had in zijn eigen huis en werd er op die manier alsnog achter gekomen wat haar identiteit was. Kylie moest hier weg, en snel ook. Haar leven hing hier aan een zijden draadje, maar waarom wou ze dan toch zo graag bij hem blijven....?

Terug naar boven Ga naar beneden
 
[RS] Magic Powder.
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Music and Magic {Lesson 1}
» Eerste Les - Fire Magic

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Sunset :: RolePlayGame :: Spellen.-
Ga naar: